SamenvattingDe afname van vele soorten wordt vooral veroorzaakt door menselijke activiteiten. Eén van die activiteiten is het introduceren van nieuwe soorten, wat wordt gezien als de op twee na grootste oorzaak van de afname in globale biodiversiteit. In Nederland zijn ongeveer 270 uitheemse planten en 150 uitheemse dieren. Toch is er weinig bekend over mogelijke ecologische schade die zij zouden kunnen veroorzaken. De halsbandparkiet is één van de soorten die wel genoemd wordt als ecologisch schadelijk, maar (vooral populatie) onderzoek heeft dat tot nu toe niet uitgewezen. Voorliggend onderzoek, dat meer gericht is op directe interacties van halsbandparkieten en inheemse holenbroeders, zou mogelijk een andere uitkomst geven. De vraagstelling van mijn onderzoek luidt dan ook: Is er competitie tussen halsbandparkieten en inheemse holenbroeders om nestholtes en vormt dit een bedreiging voor (locale) populaties van de laatstgenoemden.
Er zijn drie parken geselecteerd voor veldwerk van eind maart tot en met eind juni. Er is gekeken naar: 1) holovernames 2) de niche-overlap, voorkeur voor de holtypes met als kenmerken: hoogte, grootte, boomsoort en expositie en 3) gedragsinteracties. Daarnaast is de geschiedenis van de broedvogelpopulaties in de drie parken onder de loep genomen en gezocht naar mogelijk gerelateerde positieve en negatieve trends. Via een weblog is geprobeerd meer waarnemingen te verzamelen over het gehele onderwerp van andere waarnemers.
Halsbandparkieten nemen niet meer holen over van inheemse holenbroeders dan andersom. Belangrijker nog, ze nemen ook niet meer holen over van inheemse holenbroeders dan inheemse holenbroeders dat onderling doen.
Voor de meeste holkenmerken is er sprake van niche-overlap tussen de halsbandparkiet en de inheemse holenbroeders. Voor de kenmerken boomsoort en windrichting is deze overlap 100%. Halsbandparkieten hebben alleen een significant grotere voorkeur voor kleine holen, bij de kauw is die voorkeur significant anders. Tussen halsbandparkieten en de overige holenbroeders is geen significant verschil waargenomen. Voor de overige kenmerken zijn geen belangrijke significante verschillen gevonden.
Er zijn meer interacties bij holen van halsbandparkieten dan bij holen van inheemse holenbroeders. Eén van de drie parken heeft een grote invloed op deze uitkomst.
Halsbandparkieten reageren actiever op een indringer dan inheemse holenbroeders. Daarbij verliezen de halsbandparkieten wel significant vaker.
De broedvogeltrends van twee parken, zijn niet te vergelijken met de data van dit onderzoek: de locaties zijn namelijk niet exact hetzelfde en de gehanteerde methodes verschillen te veel. Het enige wat te concluderen valt is dat de populatie halsbandparkieten is toegenomen en dat de broedpopulaties van de overige holenbroeders ongeveer gelijk zijn gebleven.
Een belangrijk discussiepunt blijft de soortensamenstelling in de parken, die vooral bleek te bestaan uit kauwen, weinig spechten en maar één boomklever. Conclusies hebben dan ook vooral betrekking op de meest voorkomende holenbroeders, namelijk de halsbandparkiet en de kauw.
Uit dit onderzoek is gebleken dat ondanks de grote niche-overlap met andere holenbroeders, de halsbandparkiet in ieder geval voor de kauw, maar waarschijnlijk ook voor spechten niet bedreigend is. Als het op confrontaties aankomt, blijkt de halsbandparkiet meestal de verliezer. Over het effect op andere holenbroeders kan niets gezegd worden.